"Ik ben niet langer religieus."
- 30 jun
- 4 minuten om te lezen
"Ik ben niet langer religieus." Wat ik daar écht mee bedoel.
Het is een zin die bijna onvermijdelijk een stilte laat vallen: "Ik ben niet langer religieus."
Wanneer ik dit vandaag de dag uitspreek tegen christen-vrienden en kennissen met wie ik jarenlang optrok binnen religieuze kerkinstituten, zie ik vaak dezelfde blik in hun ogen.
Er is bezorgdheid.
Er is verwarring.
En bijna altijd volgt de automatische, onuitgesproken aanname: hij is zijn geloof kwijt, hij is afgedwaald van God.
Laat me daar heel helder over zijn: niets is minder waar. Dat ik de religie achter me heb gelaten, betekent niet dat de verbinding met het goddelijke is verbroken. Om te begrijpen wat ik bedoel, moeten we eerst helder krijgen wat we eigenlijk zeggen als we het woord 'religie' gebruiken.
De valkuil van het woord 'religie'
Voor veel gelovigen is 'religie' een warm woord. Ze associëren het met hun kerkgemeenschap, het samen belijden van hun geloof, of het volgen van de Christus. Maar dat is een emotionele invulling, geen feitelijke.
Als we sociologisch en taalkundig naar religie kijken, zien we iets heel anders. Het woord is afgeleid van het Latijnse religare, wat letterlijk 'vastbinden' of 'verbinden aan regels' betekent. Binnen de sociologie wordt religie gedefinieerd als een geïnstitutionaliseerd systeem van opvattingen, symbolen en rituelen.

Religie is in de kern dus systeemdenken. Het is een door mensen gecreëerd raamwerk dat bepaalt wie er 'in' zit en wie er 'uit' ligt.
Binnen dat systeem wordt de oneindige, goddelijke werkelijkheid samengeperst in behapbare dogma's en een gecontroleerde hiërarchie.
De hiërarchie van christelijk jargon
Dat uitsluitende karakter zit diep geworteld in de woorden die binnen dat systeem worden gesproken. Ik hoorde onlangs beweren dat iedereen die niet naar een kerk gaat, 'verloren' is, en ik moest er oprecht om lachen.
Eerlijk waar, wij de "verlorenen"? Je vertelt me dat mensen die niet elke zondag in een gebouw zitten, die zich niet onderschrijven aan jouw exacte theologie of niet deelnemen aan jouw specifieke religieuze ecosysteem, automatisch "verloren" zijn?

Taal is zo ontzettend belangrijk. Misschien klinkt het woord 'verloren' voor christenen onschuldig. Het is christelijk jargon, het is volkomen genormaliseerd, maar woorden zijn zelden neutraal. Dat ene woordje 'verloren' creëert onmiddellijk een hiërarchie.
Wij zijn 'gered', zij zijn 'verloren'.
Wij hebben 'de waarheid', zij zijn 'in de war'.
Wij horen erbij, zij staan erbuiten.
En dan vragen christenen zich af waarom zoveel mensen dat kerkelijke jargon zo arrogant, neerbuigend en diep buitensluitend vinden... .
Dit is precies waarom deconstructie van levensbelang is. Neem elk klein christelijk modewoordje dat je jarenlang onnadenkend hebt herhaald – 'verloren', 'gered', 'werelds', 'lauw', 'afvallig', ... wat het ook mag zijn – en onderzoek het eens écht. Wat zeg je eigenlijk over een ander mens als je die woorden gebruikt?
Dat iemand ervoor kiest om niet deel te nemen aan jouw versie van spiritualiteit, betekent niet automatisch dat die persoon 'gebroken', 'verward' of 'spiritueel tekortschietend' is. Het kan simpelweg betekenen dat hij of zij geen betekenis meer vindt in het kader dat jij hanteert. En dat is oké. Niet iedereen buiten de muren van jouw kerkgebouw is verloren. Soms hebben ze gewoon de landkaart achtergelaten die jij ze ooit in handen stopte.
Het rituelen-theater voorbij
Wat ik met mijn uitspraak probeer duidelijk te maken, is dat ik simpelweg ben gestopt met het meespelen in dit religieuze rituelen-theater. Jarenlang heb ik gefunctioneerd binnen een systeem dat veilig en vertrouwd leek, maar in de kern draaide om voorwaarden en uiterlijkheden. Het institutionele 'kerk-zijn' werd een prestatie; het was een wekelijkse cyclus van:
plichtmatig verschijnen en participeren in de uiterlijke aanbidding.
zitten en luisteren naar een eenzijdige, wekelijkse overdracht van conditionering en dogma's.
het afleggen van een verantwoordingsprotocol aan een hiërarchische "leider" om te laten toetsen of ik wel op de juiste, goedgekeurde manier "gered" was volgens de traditie van dat moment.
Ik weiger nog langer mijn goddelijke identiteit te laten definiëren door een extern, dogmatisch raamwerk. De aanname dat je pas in verbinding staat met God als je binnen de muren van het instituut kleurt, is precies de illusie van afgescheidenheid waar ik afscheid van heb genomen.
Mijn afscheid van religie is geen rebellie tegen God, maar een ontwaken in ware soevereiniteit. Het is het besef dat ik niet via een tussenpersoon, een liturgie of een instituut hoef te bewijzen wie ik ben. De religie was misschien ooit een mal waarin mijn geloof werd gegoten, maar om te kunnen groeien naar de volwassenheid van het ware Zelf, moest die mal uiteindelijk breken.
Dus ja, ik ben niet langer religieus. Ik speel de spellen niet meer mee. Niet omdat ik ben afgedwaald, maar omdat ik ben thuisgekomen.
Klaar om de landkaart achter te laten en je eigen kompas te vinden?
Herken je jezelf in dit proces van deconstructie? Voel je dat het tijd is om de regie over je eigen spirituele reis terug te nemen en te leven vanuit je goddelijke identiteit, vrij van beperkende dogma's?
Ontdek dan de videotraining 'De interne Regie'. In deze training gaan we de diepte in om religieuze conditioneringen los te laten en te ontwaken in je ware soevereiniteit.




Opmerkingen